
Wet geurhinder en veehouderij
Artikel 4
1
De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt:
a
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en
b
ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
2
In afwijking van het eerste lid wordt de afstand of de geuremissiefactor voor pelsdieren vastgesteld bij ministeriële regeling.
3
Indien de afstand, bedoeld in het eerste of tweede lid, kleiner is dan aangegeven in dat lid, wordt een vergunning, in afwijking van die leden, niet geweigerd indien de afstand tussen de veehouderij en het geurgevoelig object dat binnen de in het eerste of tweede lid bedoelde afstand is gelegen, niet afneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld niet toeneemt.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN BI0441, Eerste aanleg - enkelvoudig, 200806483/1/M2
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
08-04-2009
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Raad van StateBij besluit van 15 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Grootegast (hierna: het college) aan [appellant] geweigerd een vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer te verlenen voor het veranderen van een melkrundveehouderij aan de [locatie] te [plaats]...